Aulatheater

(Gr. aulè = binnenplaats waarrond het huis werd opgetrokken). Theaterbouw die zich onderscheidt van de strikte face-à-face-opstelling en de axiale opstelling (Lat. axis = as van een wiel; vandaar cirkeltheater) door het gebruik van een sterk vooruitgeschoven proscenium of speelplatform, door het afschaffen van de traditionele stalles en parterre en door het overnemen van de Griekse, oplopende bankenrijen die, wat de vorm betreft, variëren tussen halve cirkel en gerekte U. Een voorbeeld hiervan is Das Grosse Schauspielhaus te Berlijn, herbouwd voor Max Reinhardt (1919). Zie ook arenatheater.