Anticlimax

(Gr. anti = tegen; klimax = ladder, trap). 1. Wordt soms gebruikt als een equivalent voor bathos, d.w.z. een onvoorziene afgang van het verhevene naar het triviale. In niet-pejoratieve zin verwijst de term naar een gelijkaardige neergaande verschuiving van stijl en toon, maar dan bewust toegepast met het oog op een satirisch of komisch effect, of naar de opstelling van woorden, woordgroepen en zinnen in dalende lijn wat betreft betekenis en lengte.

2. In de narratologie verwijst anticlimax naar een plotselinge slingerbeweging in het handelingsverloop van een verhaal wanneer een moment van hevige spanning gevolgd wordt door een onverwachte, vaak teleurstellende ontspanning, orde en rust.

Zie ook climax.